beginnende schaatsers

Wie zijn je cursisten

Beginnende schaatsers zijn precies dat. Volwassenen die nog weinig ervaring hebben met schaatsen. Dat is ook het enige wat ze verbindt. Verder hebben ze allemaal verschillende achtergronden, doelen en trainings geschiedenis. Dat maakt ook dat deze groep al snel de groep is waar het meest bij gedifferentieerd wordt. De snelheid van ontwikkeling op schaatsgebied zal heel snel uit elkaar gaan lopen. Verder hebben beginnende schaatsers vaak te maken met beperkende factoren die het leerproces beïnvloeden. Door de totale beweging als basis te nemen zullen ook deze groep schaatsers de schaatsbeweging onder de knie krijgen. Veel voorkomende bijkomende factoren zijn:

Een groot gedeelte van deze groep komt om een “lekker gevoel” over te houden aan de les. Door angst, onzekerheid en spanning weg te nemen, kan jij als instructeur een cursist dit fijne gevoel geven en er voor zorgen dat je cursisten de ruimte krijgen om vanuit hun eigen mogelijkheden de schaatsbeweging te ontdekken/eigen maken.

 

Wat is jouw rol als instructeur?

Hoe leerde je zelf lopen/schaatsen? Met iemand naast zich die precies uitlegt hoe het moet, die zegt dat je je benen moet strekken en je voet af moet wikkelen? Waarschijnlijk niet. Je ging proberen, doen en leerde al doende. Als instructeur wil je je cursisten helpen bij het onder de knie krijgen van de schaatsbeweging. Je opdrachten creëren een veilige situatie die je cursisten uitnodigt om beter te gaan schaatsen. Bij meer beginnende schaatsers is een veilige situatie extra belangrijk omdat relatief veel cursisten starten met wat meer angst dan bij andere groepen. Dus veel herhalen, soms juist remmen en steeds het gevoel geven dat alles onder controle is. 

Welke vormen gebruik je waar op de baan

Voor deze groep is een veilige goed te bereiken verzamelplek(dicht bij de opstapplek) erg belangrijk. Vanuit deze plek kun je een pionnen baan uitzetten. Dit geeft de mogelijkheid van een veilige situatie. Hierbij zul je vaak een stroomvorm gebruiken waarbij iedereen tegelijk kan schaatsen/oefenen en van waaruit je al snel kunt differentiëren. Naast de pionnen baan kun je natuurlijk ook opdrachten geven vanaf je verzamelplek waarna je cursisten op de (grote) baan gaan schaatsen/oefenen.

Hoe differentieer je

Uit “wie zijn je cursisten” blijkt al dat je met deze groep waarschijnlijk snel moet/kunt gaan differentiëren. Op een pionnen baan kan dat al door de mogelijkheid te geven in te halen zodat de ene cursist meer afstand schaatst dan een ander. Vervolgens kun je een deel v/d groep na een rondje op de pionnen baan een grote ronde laten schaatsen en een deel op de pionnen baan houden. Je ziet ze dan allemaal oefenen en ieder kan op zijn/haar niveau schaatsen. De pionnen baan blijft dan de veilige haven die voor een aantal van je cursisten heel belangrijk kan zijn.
Ook in opdrachten/voorstellen aan je groep kun je differentiëren. Waar de ene cursist veiligheid en herhaling belangrijk vindt/nodig heeft, zal een andere cursist gebaat zijn bij een meer uitdagende opdracht/voorstel. Aan jou om daarin de juiste keuze te maken samen met je cursisten.

Valkuilen

Een valkuil is dat jij te snel een les/training wil geven met echt rondjes rijden. Het gaat er om dat je cursisten veel en gevarieerd bewegen. Zie ook Hoe differentieer je. Las vooral ook de eerste lessen halverwege nog even een pauze momentje in en gebruik dit om te vragen hoe het gaat, wat ze anders willen enz. Veel gevarieerd bewegen op schaatsen moet soms zelfs even op de matten.

Kies een thema om te zien van hoe je dit methodisch zou kunnen aanpakken: