beginnende schaatsers

Beginnende schaatsers hebben vaak te maken met beperkende factoren die het leerproces beïnvloeden. Door de totale beweging als basis te nemen zullen ook deze groep schaatsers de schaatsbeweging onder de knie krijgen. Veel voorkomende beperkende factoren zijn:

Een groot gedeelte van de beginners komt om een “lekker gevoel” over te houden aan de les. Door angst, onzekerheid en spanning weg te nemen, kan jij als instructeur een cursist dit fijne gevoel geven. Om het leerproces bij beginnende schaatsers zo optimaal mogelijk te maken is het belangrijk dat alle oefenstof stap voor stap behandeld wordt. Een rustige opbouw en oefeningen vaak (net iets anders) terug laten komen zorgen ervoor dat beginnende schaatsers de schaatsbeweging het snelst onder de knie krijgen.

Kies een thema om te zien van hoe je dit methodisch zou kunnen aanpakken:

HOUDING

De houding van een beginnende schaatser heeft vaak één of meer van de volgende kenmerken, dit kan komen door onwetendheid, onervarenheid, kracht of angst.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

BALANS

Het schaatsijzer is voor beginnende schaatsers een erg smal oppervlakte om het volledige lichaamsgewicht op te laten rusten. Zij vinden het moeilijk om langere tijd op 1 been te kunnen staan.

Waar je op moet letten: Door iets nieuws te oefenen is vaak de balans verstoord. Je doet op dat moment namelijk iets wat je nog niet eerder hebt gedaan en daarin moet je alles weer opnieuw een plek geven: Balans zoeken. Het kan dus bij een oefening even duren voordat de balans weer is gevonden.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

AFZET

Beginnende schaatsers zijn vaak gewend aan een afzet, zoals iedereen dat doet bij het lopen. Hierbij wordt de voet naar achteren weggeduwd. Dit wordt dan ook tijdens het schaatsen door veel beginners gedaan, zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Zij moeten leren om bij schaatsen opzij af te zetten, in plaats van naar achteren.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

BIJHAAL

Beginners hebben nog veel moeite met de bijhaal. Ze zijn nog niet in staat om hun voet goed naar achter op te tillen en hun knie dicht bij hun andere knie te brengen. De thema’s plaatsing, balans en houding zijn hier ook erg bij betrokken.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

PLAATSING

Kenmerkend voor een beginnende schaatser is de plaatsing buiten het lichaamszwaartepunt. Hierdoor staat de schaats ook direct op de binnenkant. Deze manier van plaatsen kan tot gevolg hebben dat een cursist niet in balans op 1 been kan staan.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

RITME

Voor beginnende schaatsers is het van belang dat ze hun eigen ritme ontdekken, dat wil zeggen het ritme waar zij het lekkerste in kunnen schaatsen. Dit ritme is voor iedere schaatser anders. Als instructeur kijk je dan ook per cursist of het ritme niet te kort, maar ook niet te lang is. Daarnaast is van belang dat het ritme voor beide benen ongeveer gelijk is. Om je eigen ritme te voelen en te ervaren kun je dat doen door alleen te schaatsen (opzoek gaan naar je eigen ritme) of in een treintje (waar je het ritme van je voorganger ervaart – en daar voel je dan iets bij)

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

TIMING

Voor veel beginnende schaatsers is het moeilijk om met timing aan de slag te gaan. Ze zijn vaak al blij als ze blijven staan en lekker aan het schaatsen zijn. Op een gegeven moment krijgen ook zij steeds meer met een sturende schaats te maken, die ze moeten proberen op het juiste moment af te zetten, oftewel de afzet goed te timen.

Voorbeelden van oefenstof

Wanneer je met de druk achterop je schaats tijdens het insturen van de vorige oefeningen iets extra door je knieën zakt zul je merken dat de schaats nog meer druk naar binnen gaat geven. Hier kan je nog krachtiger tegen afzetten.

Waar kun je je aandacht op richten