Ritme

Frequentie
In iedere ijsbaanbocht die je rijdt moet je 180° om. De frequentie in een bocht is niet door de schaatser zelf te kiezen. De frequentie wordt opgelegd door de snelheid en de grootte van de afzet. Deze twee eenheden staan in een bepaalde verhouding tot elkaar. Stel dat je per slag 18° van richting verandert, betekent dit dat de schaatser 10 slagen moet maken.

Als een schaatser met een matige snelheid heel veel, of heel krachtige slagen maakt, zal hij steeds meer naar de binnenkant van de bocht gaan. Hoge snelheid gecombineerd met weinig of te zwakke slagen betekent dat je richting de boarding zal gaan.

Durf
Door het dynamisch evenwicht waarin je je in de bocht bevindt, is er geen weg terug zodra je eenmaal aan de bocht begonnen bent. Je kan niet, zoals op het rechte stuk, even een slag laten lopen. Je moet druk blijven houden, dus in ieder geval blijven hangen. Doe je dit niet, dan komen de kussens ineens snel dichterbij. Dit is juist het spannende en mooie van het schaatsen van de bocht. Daarom is de bocht voor veel mensen moeilijk, er is moed nodig om je er volledig aan over te kunnen geven.