staat open voor de groep

Open voor een groep kunnen staan betekent dan je kunt omgaan met verschillen. Dat je mensen persoonlijk op hun eigen niveau kunt aanspreken en kunt helpen. Kortom dat je bewuste keuzes kunt maken.

Wat je zegt, hoe je het zegt, hoe lang je er over doet, of je dit met lichaamstaal ondersteunt, of je oogcontact maakt of niet, dit zijn dingen waar je als instructeur keuzes in maakt en dus invloed op hebt. Jouw waarde als instructeur zit voor een groot deel in de uitleg die je geeft. Belangrijk is daarin: aan wie geef je de uitleg en met welk doel? We duiken dieper in de theorie van het aanleren van de schaatsbeweging.

Het aanleren van de schaatsbeweging, de manier waarop, de HOE

Dit is kort gezegd ‘de kunst van het onderwijzen’: ‘onderwijsleer’.  Keuzes waarover je moet denken zijn: wat vertel ik, hoe vertel ik het, hoe lang praat ik, hoe lang schaatsen of oefenen de cursisten, wanneer geef ik feedback (feedforward), waar geef ik feedback (feedforward), doe ik het voor, schaats ik mee enzovoort. Al deze keuzes hebben invloed op het leerproces van de cursist. Een van de belangrijkste elementen in de kunt van het aanleren is hoe presenteer ik mezelf. We hebben het dan over stemgebruik, oogcontact met de cursisten en lichaamstaal.

Schaatsles geven is echt een kunst en jij bent “het visitekaartje” van Duosport.

De manier van presenteren speelt ook een belangrijke rol bij het praatje. We hebben het over stemgebruik, oogcontact met de cursisten en lichaamstaal.

 

 

Over de andere keuzes die je maakt voor en tijdens de les lees je meer bij en Werkvorm (plaatje, praatje, daadje). Of kijk onder modules bij Differentiëren.