middengroepers

Cursisten uit een middengroep zijn in staat om lekker te kunnen schaatsen, maar zijn nog niet in staat om “te spelen” met hun technische vaardigheid.

Als iemand uit een middengroep iets nieuws moet proberen vindt hij of zij dat best lastig. Toch zullen ze die stap moeten maken om verder te kunnen gaan in het stadium van een gevorderde schaatser.

Kies uit:

HOUDING

Cursisten in een middengroep zijn al aardig in staat om hun knieën te buigen en om een bolle rug te maken. Ze zijn alleen nog niet altijd in staat om dit langere tijd vol te houden.

Aspecten waar je mee te maken krijgt bij deze schaatsers is dat de hoeken niet in juiste verhouding zijn met elkaar of dat het niet lukt om de hoeken tijdens de beweging vast te houden.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

BALANS

Een middengroeper heeft al aardig controle over zijn of haar eigen slag. Op het moment dat de cursist wat langere slagen moet doen, raakt hij of zij nog wel eens uit balans. Het komt ook voor dat het bovenlichaam meedraait met de sturing van de schaats, waardoor een cursist uit evenwicht raakt.

Let op! Door iets nieuws te oefenen is vaak de balans verstoord. Je doet op dat moment namelijk iets wat je nog niet eerder hebt gedaan en daarin moet je alles weer opnieuw een plek geven: Balans zoeken. Het kan dus bij een oefening even duren voordat de juiste balans weer is gevonden.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

AFZET

Een middengroeper is in staat om opzij af te zetten. De schaats schiet echter soms nog naar achter weg. Steeds meer cursisten zijn in staat om meer snelheid te halen uit een effectieve afzet.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

PLAATSING

Een cursist in een middengroep staat al aardig zelfverzekerd op zijn schaatsen. De schaats wordt ook steeds meer onder het lichaam geplaatst, maar een plaatsing met rechte enkels of op de buitenkant is vaak nog lastig.

Voorbeelden van oefenstof

  • Onder je navel
    • Je moet eigenlijk de schaats recht onder je navel en recht onder je hoofd plaatsen. Houdt je handen stevig tegen je navel en kijk voordat je een schaats neerzet eerst naar je handen. Terwijl je naar je handen kijkt zet je je schaats onder je handen op het ijs. Dat is de plek waar hij hoort, voor veel mensen is dat een andere plek dan ze dachten.
  • Spiegelen
    • Bij nat ijs en bedekte hemel is de ijsvloer een grote spiegel. Onder je plaatsen is precies in je spiegelbeeld plaatsen. Een mogelijk gevaar van deze oefening is dat je cursisten hun afzet naar buiten gaan wegdraaien. Het is dan namelijk veel makkelijker om je nieuwe schaats onder je te plaatsen. Een vervolg zou kunnen zijn je linker schaats ter hoogte van je rechter schouder te plaatsen en rechts ter hoogte van de linker.
  • Zelfde richting als je lichaam
    • Probeer iedere slag zo te maken dat je schaats dezelfde kant op glijdt als waarin je met je lichaam beweegt. Pas op dat je cursisten niet met hun schouders gaan sturen.
  • Hou achter… en plaats!
    • Bij timing gaat het er om het juiste moment voor een bepaalde actie af te wachten. Met schaatsen is dat: ‘Wachten op het juiste moment voor je afzet en inzet’. Het juiste moment is als je voelt dat je al in je volgende slag aan het vallen bent. Even wachten… en duw!; Hou achter… en plaats!
  • 2-tallen
    • Maak 2-tallen. Laat steeds een persoon oefenen en de ander als steuntje (géén leuntje) fungeren. Degene die oefent probeert goed recht te glijden op het been dat zich het dichtst bij de steungever bevindt. Lukt dit, dan is het vervolg te proberen om recht te glijden en daarna de schaats iets naar buiten te kantelen (houd er rekening mee dat die schaats dan iets gaat sturen).

Voorbeeld van een rij-opdracht

BIJHAAL

Middengroepers hebben al meer controle over hun schaatsslag en zijn in staat om hun voet hoger op te tillen. Toch zijn hele lange slagen nog best lastig en de bijhaal wordt hierbij iets slordiger.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

RITME

Cursisten uit een middengroep zijn al aardig in staat om hun eigen ritme te schaatsen. Zij kunnen steeds meer aan de slag met het variëren in de schaatsbeweging en zijn steeds beter in staat om met zowel korte als lange slagen te schaatsen.

Ook treintje rijden is iets dat heel prettig kan zijn voor middengroepers. In dat geval zijn ze bezig om in het ritme van een ander te schaatsen.

Voorbeelden van oefenstof

Voorbeeld van een rij-opdracht

TIMING

Ook middengroepers zetten vaak hun schaats nog te vroeg neer of zetten te laat af. Ze moeten leren om op een optimaal moment af te zetten, waardoor zij meer snelheid kunnen halen uit hun schaatsbeweging.

Voorbeelden van oefenstof

Aandachtspunten: Waar kun je op letten?