Wil je weten wat je fout doet?

1 september 2015 Door: Chris van Saaze

Vorig voorjaar deden we in een gezelschap van vrienden en overige mannelijke leeftijdsgenoten  een inventarisatie: welk deel van het sportseizoen hebben we niet of beperkt kunnen sporten in verband met blessures. Het was een confronterend moment. Liezen, ruggen en hamstrings maakten dat we gemiddeld genomen 1/3 van onze sport vanaf de kant beleefden. Met het op gemiddeld amateurniveau een contactsport beoefenen zoals voetbal of basketbal bleken we onze lichamen te overvragen. Ik geloof ook nog wel in een acceptatieproces waarin er een diepgeworteld besef van fysieke beperkingen de gedachte dat je onoverwinnelijk bent vervangt, maar dit terzijde. Voor nu moesten we op zoek naar een sport met minder fysiek contact maar met fysieke uitdaging.

 

Tennis

We zijn begonnen. De eerste potjes zijn gespeeld, de wenperiode is voorbij en er is al iets van een rangorde… …en een gezonde drang om te stijgen in deze rangorde. “Ik zou wel eens les willen, want dan weet ik wat ik fout doe”.  Ik hoor het mijn mede-tennisser zeggen, en het duurt even voordat het tot mij door dringt. Mijn collega, Joost Hes, heeft het al een keer gezegd. We zijn feedback-verslaafd. Het gebruikelijke traject van het aanleren van een beweging van onbewust onbekwaam, naar bewust onbekwaam (weten wat je fout doet), naar bewust bekwaam, naar onbewust bekwaam, zit zo diep dat we “weten wat we fout doen” zelfs als doel van een les zien. Dat bijvoorbeeld een tennisleraar ons beter kan leren tennissen met behulp van oefeningen, oefenpotjes, hooghouden, tennissen op een kleiner veldje of tennissen met een ander racket of andere ballen, wil er niet in. Misschien alleen als hij of zij uitlegt wat we fout doen en waarom de oefening helpt om juist die fout te verhelpen.

De focus op fouten verlamt en zorgt ervoor dat je juist niet in staat bent om het goede te doen en al helemaal niet onder druk. “Goed idee”, zeg ik tegen de mede-tennisser.

 

Je kan op dit moment niet reageren.