Soorten groepen, schaatsweek 7

15 november 2013 Door: Mark Hakkeling

Soorten groepen

Na een aantal weken op het ijs hebben jullie aardig in de gaten hoe de groepen er op het ijs uitzien. Wat voor groep heb jij en vooral, hoe zien de andere groepen op het ijs er uit. Goed om te weten en er met andere instructeurs over te praten en van te leren.

Wat maakt groepen meer of minder gevorderd? Eigenlijk vooral een relatief niveau in vergelijking met de nadere groepen op het ijs en vaak niet het echte/absolute niveau. Daarom is er een grote overlap tussen de meer beginnende groepen en midden groepen, net zoals er een grote overlap is tussen middengroepen en gevorderde groepen.

 

Waar moet je dan rekening mee houden? Een kleine  knip- en plaksessie levert het volgende op. Wat willen/verwachten cursisten?

1 waarom willen ze bij jou schaatsen?
Heel simpel, jij bent de instructeur van de groep waar je cursisten denken te horen schaatsen
2 wat verwachten ze van je?
Dat je ze lekker laat schaatsen, beter en sneller dan vorig jaar/vorige keer. Dat ze veel bij je schaatsen(trainen voor natuurijs/prestatietochten/ zich fit voelen).
Dat ze zich aangesproken voelen op wat ze al kunnen en dat nog willen verbeteren. Dat je een helder verhaal hebt.
3 wat moet jij in huis hebben?
Een kort helder verhaal en de mogelijkheid hun veel en goed te laten schaatsen. Een goed voorbereide les/training(ga ik je wekelijks mee helpen). Veel enthousiasme, een schaatsuitstraling  en een duidelijk voorbeeld.
4 hoe moeten ze je les verlaten?
In eerste instantie zou ik zeggen: Moe en voldaan.
In tweede instantie eigenlijk ook maar dan met de aanvulling doordat ze goed hebben geschaatst.
5 waar zitten ze niet op te wachten?
Hier komt een rijtje.
– De schaats beweging weer van vooraf aan uitgelegd te krijgen.
– Algemene aanwijzingen krijgen waarvan ze het idee hebben dat het niet voor hun is.
– Meer te moeten luisteren dan schaatsen
– Een onsamenhangend verhaal
– Een onvoorbereide instructeur
6 wat stoort ze?
Dit lijkt natuurlijk op 5 en ik hoop hier van jullie nog wel wat over te horen.
Het stoort ze als ze het idee hebben dat ze dingen moeten doen die ze al lang kunnen, als ze moeten schaatsen met iemand die minder is, kortom als jij de les/training niet zo differentieert dat ze het idee hebben zelf helemaal in het middelpunt te staan.

Waar zitten dan de verschillen? (dit is natuurlijk een erg grove indeling en er zijn overal overlappen)

Meer beginnende schaatsers:
– Behoefte aan meer herhaling.
– Veilige oefen- en schaatsplek.
– Geen enge opdrachten. Vanuit zich veilig voelen meer leren.

Middengroepen:
– Duidelijkheid over de verantwoording van de opdrachten.
– Veel schaatsen.
– Geef het verschil aan tussen oefeningen en rij/trainingsvormen

Gevorderde groepen:
– Veel schaatsen in verschillende vormen.
– de rij/trainingsopdrachten zijn ook gelijk bedoeld om technisch beter te worden.
– Veel individuele aanwijzingen tussendoor en tijdens het stilstaan erop terugkomen en uitleg van de nieuwe opdracht.
– langere opdrachten.

 

Deze twee prachtige afbeeldingen kwam ik tegen.  Ze laten mooi het leveren van druk zien en passen bij de het programma van deze week

 

Drie man die hun linker heup en schouder laag naar het ijs drukken om veel kracht tegen het ijs te leveren.(Heupen en schouders mooi horizontaal)

 

Twee man die dit op rechts heel goed in de bocht doen en één man(de derde) die de rechterkant in de bocht hoger houdt dan links. Deze derde moet dan ook gelijk een gaatje laten vallen.

Blog 7 2012-2013

Sturen rechte eind, 7e week gevorderde groepen, 

 

Hier een afbeelding van Koen Verweij. Kijk de komende weken naar hoe hij instuurt op het rechte eind. Prachtig

Om optimaal kracht te zetten en je lichaam te kunnen verplaatsen, is het zaak niet je schaatsen bij je weg te duwen, maar je lichaam te verplaatsen t.o.v. het ijs. Door de schaatsen meer naar voren te laten sturen tijdens de slag, kun je er voor zorgen dat je je lichaam weg kunt duwen i.p.v. je schaatsen en kun je veel en lang kracht zetten. (door de ronding van je schaats kun je sturen. Als je schuin hangt stuurt je schaats naar het lichaam toe).

Als je schaats meer in de rijrichting stuurt, kun je ook als je echt hard gaat, lang blijven afzetten.

Dus: Schuin hangen, dan insturen en afzetten. Heupen vlak houden en over naar het volgende been en de volgende afzet.

Wil je hier meer over lezen, klik dan naar het handboek/timing

/schaatsacademie/techniek/rechte-eind/timing/

Inleiding warm rijden:
Net als vorige week 4 ronden. 3 Ronden gewoon rijden, 1 ronde bijna rechtop en snelheid houden/druk houden op rechte eind en in de bocht.

Blok 1
2 maal 4 ronden. Eerst insturen en heup naar beneden drukken, dan pas afzetten en het andere been neer zetten. (afzetten wordt hier gezien als strekken van het been).
Feedback op; echt insturen en heupen vlak houden, bijhaal been goed gebogen (houden).

Blok 2
1 maal 3 ronden en aan een van de zijden van de baan extreem insturen zodat je schaats tot recht naar voren komt of verder. Dan pas mag je op je andere been gaan staan.
Feedback; ga niet voor op je schaats maar houd je gewicht achter/midden op de schaats.

Blok 3
3 Maal 4 rondes waarbij de eerste 3 steeds gewoon goed moeten==> insturen druk houden, laat over naar het volgende been.
De 4e ronde weer bijna rechtop en toch blijven insturen, druk en snelheid houden.

Blok 4
In  3 of 4 tallen 8 rondes rijden. om de beurt 2 op kop. Sturen op het rechte eind en in de bocht.

Je kan op dit moment niet reageren.