Plaatsing

Voor een dynamisch evenwicht zal je ervoor moeten zorgen dat je schaatsen aan de rechterkant van het lichaamszwaartepunt op het ijs komen te staan. Op het moment dat je je schaats meer onder het lichaamszwaartepunt plaatst, is de hang weg. Het evenwicht is dan verstoord en je zal de bocht uitglijden. Om dit te voorkomen zul je de schaatsen dus zo moeten plaatsen dat je blijft hangen. Deze figuur laat zien dat beide schaatsen (Ls en Rs) buiten het lichaamszwaartepunt (Fz) worden geplaatst. De schaats wordt pas geplaatst als de afzet volledig is afgemaakt. Niet teveel naar binnen stappen, schuin blijven. In de praktijk betekent dit dat de pasjes de bocht smal moeten houden. Dus geen grote overstappen. Smalle pasjes betekent niet automatisch dat de slagen korter worden.