Bocht

De bocht is een enorme uitdaging voor de meeste mensen. Als een bocht goed gaat, ziet dat er fantastisch uit. Veel cursisten willen graag zo snel mogelijk met de bocht beginnen. Zelfs beginnende cursisten vragen al wanneer dat aan bod komt. In principe hoef je ook niet zo heel lang te wachten met het aanleren van de eerste beginselen. Voor de bocht is het eigenlijk al voldoende als iemand redelijk recht op de schaatsen staat, een redelijk goede timing in de totaalbeweging heeft en een beetje over de val-angst heen is. Bij het aanleren van een goede bochtentechniek kun je net als op het rechte eind beginnen met een basisbeweging die aan een paar voorwaarden moet voldoen. Daarna kun je een aantal dingen proberen te verbeteren, die het rendement helpen te verhogen.


 

Overeenkomsten tussen bocht en rechte eind:

• Houding
• enkel, knie, heup en schouders in één lijn
• afzetten met links én rechts
• grotendeels één been op het ijs
• schuin hangen in je schaats tijdens afzet
• direct na afzet buigen
• naar voren kijken
• armzwaai in combinatie met afzet

Punten waarin de bocht verschilt van het rechte eind:

• Continu afzetten
• frequentie
• constante druk
• schaatsen schuin neerzetten, rechts van het lpz
• schaatsen evenwijdig aan de raaklijn plaatsen
• pootje onderdoor
• geen weg terug
• durf

Basis

Het doel van een bocht op een ijsbaan is om binnen een afstand van 100 meter 180 graden te draaien, waarbij de curve van de baan wordt gevolgd. Om de snelheid van het rechte eind in de bocht te behouden of op te voeren, zal met een aardige snelheid aan de bocht begonnen moeten worden. Door de snelheid word je de bocht uit geslingerd, je moet dus continu jezelf de bocht in blijven duwen om dat te voorkomen. Net als op het rechte stuk moet je schuin in je been hangen om af te kunnen zetten. Je moet schuin in de bocht hangen om jezelf steeds naar links te kunnen duwen. Om een goedlopende bocht te rijden moet je precies op het goede moment precies hard genoeg jezelf de bocht in duwen.

Rijd je te langzaam, wordt je niet hard genoeg de bocht uitgeslingerd, of duw je te hard, dan rijd je de bocht te krap. Rijd je hard, maar duw je jezelf (even) niet hard genoeg de bocht in, dan glij je de bocht uit.

Deelbewegingen