Timing

Ook middengroepers zetten hun schaats nog te vroeg of te laat af. Ze moeten leren om op een optimaal moment af te zetten, waardoor zij meer snelheid kunnen halen uit hun schaatsslag.

 

Om je cursisten bekend te laten raken met timing laat je ze rijden in een bepaald opgelegd ritme.

Het ritme waarin dit prima kan is het ‘èèèn hop’ ritme, waarbij we in eerste instantie de langgerekte èèèn alleen maar als voorloper beschouwen op de hop. Binnen de korte tijd die nodig is om het woordje hop uit te spreken moet de ene schaats op het ijs komen en de andere van het ijs loskomen.

Om het accent op de plaatsing te leggen kun je de mondelinge begeleiding veranderen naar ‘èèèèn plaats’ of ‘èèèèn sta’ of ‘èèèèr op’ of nog iets anders dat beter past. Het blijft zo dat op datzelfde moment ook de afzet gemaakt moet worden.

Om te zorgen dat een eventuele naduw aan het eind van de afzet wegblijft, kun je in de mondelinge begeleiding van de beweging een accent leggen op het loskomen tegelijk met het plaatsen. De begeleiding wordt dan dus ‘èèèèn los’. Het accent ‘los’ moet tegelijk vallen met de plaatsing.

Bij timing gaat het er om het juiste moment voor een bepaalde actie af te wachten. Met schaatsen is dat: ‘Wachten op het juiste moment voor je afzet en inzet’. Het juiste moment is als je voelt dat je al in je volgende slag aan het vallen bent. Even wachten… en duw!; Hou achter… en plaats!

Het oefenen door middel van filmische beelden kan het timen van de verschillende delen van de beweging soms ineens een stuk makkelijker maken.