Balans

Een middengroeper heeft al aardig controle over zijn of haar eigen slag. Op het moment dat de cursist wat langere slagen moet doen, raakt hij of zij nog wel eens uit balans. Het komt ook voor dat het bovenlichaam meedraait met de sturing van de schaats, waardoor een cursist uit evenwicht raakt.

Bekijk het onderstaande filmpje over balans bij een middengroep:

Let op! Door iets nieuws te oefenen is vaak de balans verstoord. Je doet op dat moment namelijk iets wat je nog niet eerder hebt gedaan en daarin moet je alles weer opnieuw een plek geven: Balans zoeken. Het kan dus bij een oefening even duren voordat de balans weer is gevonden.

Wat wil je bereiken door te werken aan balans?

Voorbeelden van oefenstof

Tip: kijk ook eens bij Balans Beginners en Balans Gevorderden voor andere ideeën!

Glijden op één been

Zo simpel als deze opdracht klinkt is hij ook. Je vraagt je cursisten niets anders dan te glijden op één been. Het geven van een mooi voorbeeld is meestal voldoende.

Variaties bij Glijden op 1 been

Elke 3e, 4e etc. slag langer doorglijden. Even is het ene been, oneven het andere. Deze oefening spreekt verder voor zich.

Wil je toch nog wat extra’s toevoegen kan dat altijd: Door middel van ritmeveranderingen, dan laat je je cursisten bijvoorbeeld ‘kort, kort, làààng- kort, kort, láááng’ zeggen.

Glijden op twee benen, één schaats optillen

Je laat je cursisten eerst op twee benen glijden, zonder verdere aanwijzingen. Daarna vervolg je indien nodig met glijden op twee benen, maar nu met de enkels recht. Vervolgens vraag je om de voeten dichter naast elkaar te laten glijden. Als dit redelijk lukt vraag je om één voet op te tillen. Je hebt hier een klein reeksje opdrachten, die bij elkaar opgeteld maar één oefening zijn.

Romp en bovenlichaam stabiel en compact houden

Laat de schaatsers uit je groep oefenen om hun schouders niet te draaien tijdens het schaatsen, maar stil te houden.

Voorbeeld van een rij-opdracht

Bekijk varianten van rij-opdrachten.

Tijdens het schaatsen probeer je om je slag één tel langer te maken. Dat wil zeggen dat je iets langer blijft glijden dan je gewend bent. Als je die slag te pakken hebt probeer je om vervolgens je bovenlichaam stil te blijven houden. Je kunt dit ook in groepjes doen. Probeer daarbij in de slag van de ander te rijden.

Aandachtspunten: Waar kun je op letten?