Timing

Analysevraag:

Situatie

Zodra een schaatser in staat is om stabiel op een been te glijden en ruimte kan maken om te hangen door de knie te buigen, kan je aan de slag gaan met het opbouwen van druk. Door druk tegen de schaats gaat je schaats sturen. Door deze druk tegen de schaats en het insturen zal de schaatser makkelijker snelheid houden.

Welke delen van de techniek kunnen ter sprake komen?

Wat zijn de voorwaarden om dit te kunnen?

Wat zijn voorkomende fouten?

Welke extra informatie kun je geven tijdens deze stap?

Visualisatie:

De schaats heeft, zodra hij het ijs raakt, een bepaalde route. Hieronder zie je in stappen uitgelegd hoe die route is en wat er gebeurd op ieder moment. Oftewel: Hoe is de timing van het schaatsen optimaal?

 

Wat doe je als je deze 5 stappen hebt doorlopen?

In het proces van het aanleren van de schaatsbeweging worden telkens terugkerende thema’s en stappen op een steeds hoger niveau behandeld. De wijze waarop de thema’s worden aangeboden heeft hiermee de vorm van een spiraal. Dat wil zeggen, als je deze 5 stappen hebt doorlopen ga je kijken welke stap nog wat extra aandacht nodig heeft. Zo blijf je continue sleutelen aan de techniek, steeds op een hoger niveau. Met behulp van de ‘leerspiraal‘ wordt de schaatsbeweging steeds verder verbeterd. Hierbij wordt altijd uitgegaan van de totale beweging.

Klik hier voor een uitgebreide uitleg over de methodische aanpak van Duosport.

Opwaartse leerspiraal

Vorige analysevragen:

Buigen mijn cursisten hun knie na de afzet en weten ze hun bovenbeen te ontspannen?

Zetten mijn cursisten haaks af op hun schaats en zijn ze in staat om hun “nieuwe” schaats stabiel en vol overtuiging neer te zetten?

Zijn mijn cursisten in staat om te glijden op één been met hun knie boven hun tenen?

Zijn mijn cursisten in staat om hun gewicht te verplaatsen van het ene op het andere been?