Dierentuin

Het verhaal:

We gaan met zijn allen naar de dierentuin. Daar gaan we kijken welke dieren er allemaal zitten en gaan we die dieren nadoen op schaatsen.

Vorm

Zorg dat je met de hele groep bij elkaar blijft als je op de grote baan gaat. Zorg dat jij zeker weet dat de kinderen snappen waar je gaat stoppen. Vraag bijvoorbeeld: zien jullie het blauwe bord? Ja! Wat voor letters staan er dan op? Wit! Als dat klopt, dan weet je zeker dat de kinderen snappen waar jij bedoelt.

Eerst ga je op weg naar de dierentuin. Daar koop je bij de kassa een kaartje. Vervolgens ga je één voor één langs de dieren. Als je bij een dier bent, schaats je als dat dier verder naar het volgende dier. Spreek elke keer weer opnieuw een plek af waar je stopt.

Afhankelijk van het niveau van je groep, kun je bepalen hoe groot de afstanden steeds zijn naar het volgende dier. Zorg dat ze genoeg tijd hebben om de oefening te doen.

Wat nemen we mee?

Voor we ergens naar toe gaan is het altijd prettig als je de spullen bij je hebt, die je nodig hebt. Stop ze maar in je rugzak (lintje).

Hoe gaan we er naar toe?

Je kunt zelf of met de kinderen bepalen hoe je er naar toe gaat. Probeer het vervoersmiddel te vertalen naar een schaatsoefening:

Welke dieren kom je tegen?

Je kunt zelf met de kinderen bepalen welke dieren je tegenkomt. Probeer het dier te vertalen naar een schaatsoefening:

Variatie

Op safari op zoek naar dieren in het wild. Met het vliegtuig naar Afrika. Mogelijkheid om te combineren met kamperen in het wild.