Ritme

Voor beginners is het van belang dat ze hun eigen ritme ontdekken, dat wil zeggen het ritme waar zij het lekkerste in kunnen schaatsen.

Dit ritme is voor iedere schaatser anders. Als instructeur kijk je dan ook per cursist of het ritme niet te kort, maar ook niet te lang is. Daarnaast is van belang dat het ritme voor beide benen ongeveer gelijk is.

Bekijk het onderstaande filmpje over ritme bij schaatsers uit een beginnersgroep:

Wat wil je bereiken door te werken aan ritme?

Voorbeelden van oefenstof

Tip: kijk ook eens bij Ritme Middengroep en Ritme Gevorderden voor andere ideeën!

1,2,3-ritme

Schaatsen in ritme 1, 2, 3 – 1, 2, 3 enzovoorts. Vervolgens kun je hier variaties mee doen als plaats,2,3 of duw,2,3. Op twee en drie zou je ook bijvoorbeeld de bijhaal in kunnen voegen: Duw, haal, bij – duw, til op etc.

Slagen tellen

Laat je cursisten hun slagen tellen. Zowel met wind mee als met wind tegen. Vertel dat toppers 8 a 10 slagen op het rechte eind maken maar dat ze dat doen bij rondetijden van ongeveer 30 sec. Wat moet dan het aantal slagen van je cursisten worden voor dezelfde frequentie?

Versnellen

Laat je cursisten met een rustig ritme beginnen aan het begin van het rechte eind en het ritme 50 meter later laten versnellen. Stimuleer dit met verbale aanmoedigingen.

Treintje rijden

Laat je cursisten in tweetallen of in kleine groepjes achter elkaar rijden. Ze moeten proberen om precies de slag van de voorganger te volgen.

Kort-Kort-Laaang

Twee keer een korte slag en daarna een lange slag. Dit constant herhalen.

Voorbeeld van een rij-opdracht

Bekijk varianten van rij-opdrachten.

Probeer een keer in het ritme van een ander te schaatsen. Vaak is dit lastig en ontprettig om je timing anders wordt: je moet dezelfde bewegingen om andere momenten doen. Hierdoor leer je onbewust op een andere manier je balans te bewaren en de beweging te controleren. 

Aandachtspunten: Waar kun je op letten?