Houding

De houding van een beginner heeft vaak één of meer van de volgende kenmerken:

Dit kan komen door onwetendheid, onervarenheid, kracht of angst. Afhankelijk van de oorzaak bij de betreffende cursist kun je jouw oefenstof bepalen.

Bekijk het onderstaande filmpje over houding bij schaatsers uit beginnersgroepen:

Wat wil je bereiken door te werken aan de houding?

Voorbeelden van oefenstof

Tip: kijk ook eens bij Houding Middengroep en Houding Gevorderden voor andere ideeën!

Tenen niet zien

Ga op twee benen staan en druk je knieën naar voren. Als je naar beneden kijkt, mag je je tenen niet meer zien. Sommige cursisten hebben de neiging achterover te vallen zodra ze meer door de knieën gaan. Dit betekent dat ze de knieën te weinig naar voren drukken. Vaak helpt het om dit met een klein steuntje apart te oefenen. Het is daarbij niet erg als de cursist meer op de voorvoet komt te staan.

Diep is ontspanning

Diep zitten is ook ontspanning. Als je je beenspieren ontspant zak je vanzelf naar beneden. Je hoeft er alleen maar voor te zorgen dat je niet nog verder naar beneden zakt als je zo diep zit als je wilt. Probeer eerst maar stilstaand, daarna ook schaatsend.

Natte dweil

Probeer eens te schaatsen met net genoeg spanning in je lijf om te zorgen dat je die diepe schaatszit vast kunt houden. Verder ben je een slappe pop of een natte dweil, net wat je meer aan spreekt.

Slappe armen

Probeer eens te schaatsen met net genoeg spanning in je lijf om te zorgen dat je die diepe schaatszit vast kunt houden. Verder ben je een slappe pop of een natte dweil, net wat je meer aan spreekt.

Bovenrand van boarding

Probeer je cursisten te stimuleren hun oefeningen of opdrachten zo uit te voeren dat ze lager zitten dan de bovenrand van de groene boarding.

Tafeltennisballetje

Probeer een tafeltennisballetje ‘in je navel te klemmen’, het mag er tijdens het schaatsen niet uitvallen.

Compacte bal

Probeer je lichaam te zien als een stevige compacte bal. Vouw je handen in elkaar en druk ze tegen je buik. Krul jezelf nu om dit ‘centrum’ heen, zowel met je bovenlichaam als je bovenbenen.

Voorbeeld van een rij-opdracht

Bekijk varianten van rij-opdrachten.

Rij samen met een ander. De voorste schaatst met gebogen knieën en het gewicht op de hakken. Ddegene daarachter maakt zich nóg iets kleiner. Elke ronde wissel je om van rol.

Aandachtspunten: Waar kun je op letten?