Afzet

Beginnende schaatsers zijn vaak gewend aan een afzet, zoals iedereen dat doet bij het lopen. Hierbij wordt de voet naar achteren weggeduwd. Dit wordt dan ook tijdens het schaatsen door veel beginners gedaan, zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Zij moeten leren om bij schaatsen opzij af te zetten, in plaats van naar achteren.

Bekijk het onderstaande filmpje over afzet bij schaatsers uit een beginnersgroep:

Wat wil je bereiken door te werken aan de afzet?

Voorbeelden van oefenstof

Tip: kijk ook eens bij Afzet Middengroep en Afzet Gevorderden voor andere ideeën!

Gewichtsverplaatsing, niets optillen

Ga staan met beide schaatsen iets wijder dan heupbreedte en met je knieën goed gebogen. Zorg dat beide schaatsen een beetje grip hebben door je enkels ietsje naar binnen te laten zakken. Laat je schaatsen goed recht naar voren wijzen. Verplaats nu je gewicht van rechts naar links zonder een schaats op te tillen.

Eeeen duw!

Bij timing gaat het er om het juiste moment voor een bepaalde actie af te wachten. Met schaatsen is dat: ‘Wachten op het juiste moment voor je afzet en inzet’. Het juiste moment is als je voelt dat je al in je volgende slag aan het vallen bent. Even wachten… en duw!; Hou achter… en plaats! Vervang de woorden door ‘èèèèn dúw’.

Iets zakken

Probeer steeds voor je afzet eerst nog iets door te zakken. Het doorzakken kan net dat beetje ontspanning geven waardoor de afzet explosiever en krachtiger wordt. Waar je voor moet oppassen is dat je cursisten dit niet te overdreven in hun slag gaan toepassen. De ontspanning wil je wel, het ‘echt’ extra inzakken niet.

Naar binnen hangen

Probeer je slagen zo te maken dat je zoveel mogelijk naar binnen hangt voordat je je andere schaats op het ijs plaatst. Met je hele standbeen, niet alleen met je enkel.

Timing: Om lekker in je nieuwe slag te raken, moet je je eerst wat opzij laten vallen en pas op het laatste moment, tijdens je afzet, je schaats onder je op het ijs zetten. Om te zorgen dat het qua timing goed uitkomt moet de schaats die naar het ijs toe moet tijdens de valbeweging nog achter zijn en pas op het laatste moment versneld naar het ijs gaan.

Tussen de rails

Probeer te gaan schaatsen alsof je tussen spoorrails rijdt. Je gebruikt de rails om tegen af te zetten.

Op deze oefening zijn talloze variaties te verzinnen: het ‘Limburgse weggetje’, de ‘Bobslee baan’, de ‘gedweilde gang’. Omdat deze variaties uitgaan van de totaal beweging, werken ze vaak beter bij redelijk gevorderde middengroepen dan bij lagere groepen. Bij lagere groepen zijn er vaak nog zoveel verstorende factoren in de beweging, dat een dergelijk gevoel van de schaatsbeweging nog niet in te voelen is.

Voorbeeld van een rij-opdracht

Bekijk varianten van rij-opdrachten.

Probeer eens een Steigerung. Dat is een vorm waarbij je rustig begint, lange slagen, laag ritme, maar goed opzij afzetten. Elke stap verhoog je het ritme een beetje en je duwt jezelf steeds harder opzij totdat je op je topsnelheid zit. Dit kan in variaties van bijvoorbeeld 100m , 200m, 250m, 300m of 400m.

Aandachtspunten: Waar kun je op letten?