met de juiste opdracht vormen

Bij het geven van een opdracht moet je allereerst bedenken wat voor soort opdracht de cursist op dat moment nodig heeft of wat jij als instructeur graag wilt laten ervaren. We gebruiken bij Duosport hoofdzakelijk twee vormen: de oefening en de rij-opdracht.

Oefeningen 

Bij een oefening haal je een aspect uit de schaatsbeweging om dit apart te gaan oefenen. Dit kan bijvoorbeeld het plaatsen van de schaats op de buitenkant zijn. Het voordeel is dat de cursist zich helemaal kan concentreren op dit aspect. Oefeningen laat je vaak doen aan een kant van de baan. Je kiest dan voor wind mee of tegen. Een hele ronde is qua concentratie vaak te lang. Na het oefenen van een specifiek aspect moet je dit weer invoegen in de totaalbeweging. Dit kun je onder andere doen met een rij-opdracht.

Rij-opdracht 

Bij een rij-opdracht leg je een accent op een aspect van de schaatsslag tijdens de complete schaatsbeweging. Er is sprake van een aandachtspunt tijdens het schaatsen van een aantal rondes.

Er zijn variaties mogelijk door:

Een goede les in een notendop…

“mijn instructrice is een geweldige begeleidster. ze geeft duidelijke opdrachten, die goed aansluiten bij ons niveau. ze geeft goede individuele aandacht. ze weet een goede, gezellige sfeer te creëren. ik hoop dan ook dat we volgend seizoen weer bij haar komen”

Een cursist heeft alleen maar iets aan het krijgen van een aanwijzing als hij/zij er wat mee kan doen. Inzicht in de beperkingen die bijvoorbeeld angst met zich meebrengt zijn voor een instructeur onontbeerlijk. Daar waar een cursist op de rubber mat prima een enkelhoek kan hebben, kan hij of zij dat op het ijs niet voor elkaar krijgen doordat de cursist verstijft door het gebrek aan grip. Een aanwijzing voor deze cursist dat hij/zij de enkelhoek kleiner moet maken is niet zinvol en dus niet bruikbaar.