heeft een juiste indeling

Stel jezelf de volgende vragen:

Er moet een opbouw in je opdrachten zitten. Ga voor jezelf na wat jouw groep kan: wat is de beginsituatie, en wat de meest logische volgende stap zou zijn? Probeer te bedenken wat het effect van een opdracht zou kunnen zijn, welke correctie je daarop geeft en wat een zinvolle tweede of derde opdracht kan zijn. Een vierde of vijfde opdracht achter de hand hebben is belangrijk, het kan altijd zijn dat jouw thuis bedachte opdrachten in de praktijk sneller opgepikt worden dan jij dacht of dat een aantal van jouw cursisten het sneller oppikken dan de anderen. Deze kun je dan een vierde of vijfde opdracht geven.

Een belangrijk punt bij de opbouw van een les is dat oefening 2 niet altijd direct hoeft te volgen op oefening 1. Je gaat dan voorbij aan de mogelijkheid dat oefening 1 niets heeft opgeleverd. Oefening 1 opnieuw doen, na een korte uitleg over wat er nog niet goed was, vindt niemand erg. Dit geldt vooral wanneer je les moet geven aan beginners.

Wanneer je een groep cursisten meerdere malen les moet geven is het handig om de lesthema’s voor alle lessen te plannen. Hierin speelt ervaring van de instructeur een grote rol. Indien je als instructeur nog nooit langere tijd aan één en dezelfde groep hebt lesgegeven dan is het lastig om een dergelijke planning te maken. Ook binnen een seizoen moet je gebruik maken van een bepaalde voorbedachte organisatie. Een kapstok waar je een seizoen aan kunt ophangen. Een opbouw die duidelijkheid geeft en waar je altijd op terug kunt vallen.

Als uitgangspunten nemen we thema’s die ook de basis zijn van de kernen A en B in de lesindeling.

Binnen een les en binnen een seizoensplanning proberen wij altijd rekening te houden met de volgende grondregels van de werkwijze om de schaatsbeweging aan te leren. We nemen de basale schaatsbeweging altijd als uitgangspunt, een beweging afleren is moeilijker dan iets aanleren.

qua opbouw van een les

qua opbouw van een cursus