met als aandachtspunt: glijden/snijden/sturen

Wat voor ons ervaren schaatsers juist het optimale geluk naar boven brengt is voor een beginnende schaatser vaak de grootste bron van angst en onzekerheid. Blijven staan, terwijl je geen grip hebt in voor- en achterwaartse richting, is niet voor iedereen even gemakkelijk en moet soms aangeleerd worden. Bij veel cursisten is niet bekend hoe het ijzer van een schaats eruit ziet. Als een schaats verticaal op het ijs staat zakt het ijzer niet of nauwelijks in het ijs. Doordat je ijzer in de lengterichting rond geslepen is, sta je op een heel klein stukje ijzer. Bij zacht ijs zak je iets meer weg in het ijs en lijkt het alsof je schaats aan het ijs blijft plakken als je een tijdje stil gestaan hebt. Wanneer het ijzer schuin staat zakt het dieper in het ijs, het snijdt er door- heen. Het vinden van het glijvlak aan de onderkant, en de snijkantjes aan de zijkanten van het ijzer kan een hoop duidelijk maken. Het wordt dan ook makkelijker om te begrijpen waarom een schaats geslepen moet worden. Om op één schaats te kunnen blijven glijden moet je ofwel zorgen dat je voldoende grip hebt, dit is snijden (zie ook ‘Afzet’), ofwel zorgen dat er geen zijwaartse krachten werken op je schaats. In dat laatste geval glij je in balans verder.(Zie ‘Balans’)

Wanneer je op één of twee benen glijdt en de schaatsen wijzen in een andere richting dan jouw bewegingsrichting kan je niet door blijven glijden. Je struikelt, of je schaatsen gaan schuiven. Dit laatste kun je gebruiken om te remmen. Als je probeert te glijden op schaatsen die wel de goede kant op wijzen, maar niet verticaal staan, zal je merken dat je schaatsen gaan sturen. Je schaatsen sturen dan naar dezelfde kant, als de richting waarin ze schuin hangen.

Recht op de schaatsen 

De allereerste beginselen over de gevolgen van het rechtstaan op de schaatsen worden behandeld in het hoofdstuk Glijden/ Snijden. Als we naar videobeelden van goede schaatsers kijken zien we dat zij slechts heel kort “recht” op hun schaatsen staan.

Het probleem dat zich in deze eerste instantie voordoet is het woordje “recht”. Wat is nu eigenlijk recht op je schaatsen? Bedoelen we het moment waarop de schaats verticaal op het ijs glijdt, of het moment waarop de schaats recht in het verlengde van het been staat?

Opnieuw kijkend naar de beelden zien we dat de schaats bij het recht houden van de enkel niet verticaal over het ijs glijdt, maar iets schuin op de buitenkant. Kijken we verder, dan zien we dat de schaats steeds meer verticaal komt te glijden, maar dat tegelijkertijd een klein knikje in de enkel ontstaat.

Nog later is te zien dat de schaats schuin op de binnenkant komt te glijden en dat het knikje in de enkel groter is geworden. De enkel zakt ietsje door. Het is verstandig deze beelden in je achterhoofd te houden op het moment dat je door middel van oefenstof cursisten leert recht op de schaatsen te staan.