Week 2 (2021)

Een trainingsles en een achtergrond Blog staan onder aan deze pagina

Op de meeste ijsbanen zijn we prima het nieuwe jaar ingegaan. We hopen dat we ook na de 18e op de andere banen de lessen kunnen starten. Duosport heeft nu 30 jaar ervaring in het geven van schaatslessen en wij hebben nog nooit de keus gemaakt om centraal onze lessen aan te bieden. De situatie maakt dat we nu wel die keus hebben gemaakt en daar leren we allemaal veel van. In het Blog onder aan deze pagina willen we jullie toch ook meenemen in een aantal overdenkingen. Wij zijn trouwens zeer geïnteresseerd naar jullie opmerkingen en ervaringen. Stuur ze gerust naar christian@duosport.nl . We zullen ze lezen, behandelen en zo nodig aanpassingen maken. Alvast bedankt.   

Een aantal aanpassingen:

Ter herhaling: We hopen dat je de vorige pagina goed hebt gelezen. Boven het schema staat de context van het programma en onderaan de pagina geven we nog iets meer informatie over de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze oefenstof.

De context van het programma van deze week: gewichtsverplaatsing en houding

In de complexe schaatsbeweging hangt alles met elkaar samen. Alle thema’s hebben invloed op elkaar. Daarom steeds twee thema’s per week. Realiseer je dat de thema’s van vorige week ook nog actueel zijn en het is goed om daar bij het in-schaatsen nog even aandacht aan te besteden (wat heb ik vorige week ook al weer gedaan). Je schaatshouding en het leveren van kracht/vermogen kun je niet los zien van elkaar.

Om vermogen te kunnen leveren tegen het ijs moet je je gewicht horizontaal (van het ene been naar het andere been, van links naar rechts)  kunnen verplaatsen met druk tegen het ijs. Daarvoor moet je op een gebogen been (enkel/knie/heup) kunnen glijden waarna je je lichaam horizontaal verplaatst door het been te strekken terwijl je je lichaam op dezelfde hoogte houdt. Lees ook de uitgangspunten onder aan de pagina.

Bij beginnende schaatsers ligt het accent meer op ontspanning zoeken in je houding terwijl je je knieën zo lang mogelijk gebogen houdt en rustig van je ene been naar je andere been “hopt”

Bij een middengroep ligt het accent meer op het verplaatsen van je gewicht van het ene been op het andere been, met gebogen knieën zodat een zijwaartse afzet mogelijk wordt,  terwijl je zo kort mogelijk met 2 schaatsen op het ijs staat.

Bij gevorderde schaatsers ligt het accent meer op het sturen van de schaats, terwijl je kniehoek vasthoud en daardoor schuin op je schaats kunt hangen(steunen) zodat je kunt stoeien met het moment waarop je optimaal je “vermogen” kunt inzetten zowel qua tijd als qua richting.

Uitgangspunt 1

Afzet dwars op de schaats, anders glijdt de schaats weg.

Als we het over afzetten, gewicht verplaatsen hebben, dan is uitgangspunt 1 altijd belangrijk. Op elk moment van de afzet moet er dwars op de schaats afgezet worden. Door in te sturen blijft de schaats mee-glijden en kun je druk tegen het ijs blijven geven.


Uitgangspunt 3:

Een kleinere kniehoek geeft meer potentie tot het verplaatsen van je lichaam. Of dat ook waargemaakt kan worden hangt van allerlei factoren af.

Een goede kniehoek is een onderdeel van de houding waarin je schaatst. Omdat je maar één lichaam hebt, heeft elke deel verandering invloed op alle andere delen. Globaal schaats je met een knik in je knieën(en dus ook je enkels) en een knik bij je navel. Hoe scherp die knikken zijn(schaatshoeken) wordt bepaald door je kracht en coördinatievermogen. Belangrijk is dat je in een houding(hoeken) schaatst die je vol kunt houden en waarmee je vermogen kunt leveren. Een topper kan andere hoeken volhouden en bij andere hoeken de volle vermogens potentie benutten dan recreatieve(niet top) schaatsers.

Uitgangspunt 5

Meer gewicht/druk/kracht tegen het ijs geeft meer kracht terug van het ijs. 

Voordat je power gaat leveren is het belangrijk de richting van je gewicht/power goed te krijgen. Daarvoor is het goed om eerst weer te gaan schaatsen zonder explosieve strekkingen maar te voelen dat je druk levert tegen het ijs en door het ijs voortgestuwd wordt.


Fysieke uitgangspunten week 2

Stabiliteit
De mate waarin je de positie van je lichaam of lichaamsdelen kunt handhaven. Dit is essentieel voor alles wat met houding te maken heeft.

Om power te kunnen leveren moet er wel iets zijn om de power tegen te kunnen leveren. Het beste is dat een stabiel(stevig) lichaam. De power verplaatst dan het hele lichaam en wordt niet gebruikt om het lichaam van vorm te doen veranderen.

Power(kracht x snelheid)
Het vermogen iets te verplaatsen. Een combinatie van kracht en snelheid. Een lichter object kun je met meer snelheid verplaatsen.
Om je lichaam te kunnen verplaatsen heb je kracht nodig. Als je meer kracht hebt dan een andere schaatser die net zo zwaar is als jij, kun je je lichaam meer vaart meegeven (power = kracht x snelheid).

Een Trainingsles

Wat zegt onze opleider (een abstracte benadering)

Wat zegt onze opleider (een contextuele benadering)