Op grote hoogte

16 februari 2017 Door: Chris van Saaze

Een mooi leerzaam voorbeeld:

De eerste skiles. Een paar hummeltjes van 5-7 jaar trekken de skischoenen aan, passen de ski’s die net zo groot zijn als zijzelf en staan klaar bij de “band”, een soort loopband in de vorm van een kleine skipiste.  Alles bij elkaar best indrukwekkend. Maar dat verandert als de instructeur komt. Kaal hoofd, bijna twee meter hoog en de stem van een drill-instructeur. Mark eist alle aandacht op. Ten eerste al door de ouders over te slaan en voorovergebogen alle kinderen een hand te geven en zich voor te stellen. Het is duidelijk: wij, de ouders, kunnen weg.

Skischool Mark

Zoals mijn beeld van zwemles vroeger nog een boze vrouw met een haak aan een stok is, zo had ik bij een skiles ook een beeld van een mix tussen angst en ongemak van lange latten voor ogen. Althans, voor de jonge kinderen. Dit wat nu gebeurt, is totaal anders. De ski’s zijn aangemeten, maar liggen eerst nog even ongebruikt aan de kant. De kinderen springen samen met Mark op de lopende band en wandelen de bewegende berg af. Band op standje rustig en waar nodig met handje vast.

Mark blijft een indrukwekkend grote man, maar binnen de kortste keren zijn de kinderen bezig met skiën en die reus in hun midden is de normaalste zaak van de wereld. Als de kinderen de ski’s vastklikken en de band iets harder wordt gezet, wordt Mark een soort vangnet. Hij geeft ze een setje, remt ze af en als ze vallen raapt hij ze op. Als er even een pauze nodig is gaat hij zitten. Hij vraagt even hoe en wat, deelt wat individuele complimentjes uit en vraagt: “zullen we weer?”

Mark zittend

De benadering als volwassenen onder elkaar, af en toe fysiek op dezelfde hoogte, af en toe even helpen en voor de rest heel veel doen en met name zelf doen gaf een mooi effect. Blije kinderen en heel veel geleerd. Thuis hangt inmiddels een kalender die aftelt tot de volgende keer skiën.

Je kan op dit moment niet reageren.