“Hogerop!” Op naar die binnenbocht

22 december 2017 Door: De Gastbloggers

Cursist Paul Loeb klimt als gastblogger in de pen en neemt je in deze blog mee in zijn schaats-ervaringen. Hij beschrijft zijn reis langs de schaatstechniek en bouwstenen die nodig waren om zijn doel te bereiken:  “hogerop” roepend en hard schaatsend die binnenbocht door. 

“En heb je ambitie, kom dan maar met mij mee.”

Met die woorden begon enige jaren geleden voor mij op de zondagavond een nieuw schaatsseizoen; mijn eerste serieuze trainingsjaar op de schaats. Niet gehinderd door enige schaatskennis stapte ik in, niet in de laatste plaats vanuit de wens om ook ooit eens aan de binnenkant van de bocht te kunnen rijden; een “hogerop” te kunnen geven, in plaats van te ontvangen.

De route naar beter schaatsen werd een ontdekkingsreis, met tal van nieuwe inzichten en schaats- technische mijlpalen. Het zelf aangeleerde trappend-schaatsen moest ik afleren. Daarvoor in de plaats kwam het schaatsen vanuit druk. Deze druk kan je zelf generen. En hoe beter dat gaat, hoe sneller en fijner je schaatst. Tamelijk helder en eenvoudig, zo leek het althans. De praktijk is natuurlijk weerbarstig. Maar met wat ambitie en veel inspanningen – van de leukste soort – is veel mogelijk. Progressie komt in stapjes.

Schaatsen op de buitenkant

Heb je iets gevonden, dan bouw je daarop verder. Een belangrijk begin was het vinden van de buitenkant van het ijzer. Met name tijdens het rustige rechtop uitrijden kon ik dat goed aanleren. Daarbij was ik ook zeer gericht op het achterop de schaats staan. Zo leerde ik te voelen hoe de schaats onder de hiel van de voet van de buitenkant naar de binnenkant liep.

Rust

Een volgende stap was het momentum, de rust, van het afzetbeen. Een goede inzet met links begint
namelijk niet bij het de afzet van rechts, maar in het moment van rust ná de afzet met links (hangen
dat been, driehoek !). Hiermee kwam ik ook meer in een goede schaatshouding te staan en ging ik
automatisch dieper zitten.

De voldoening

De stap daarna betrof het leren sturen van de schaats, een onontkoombaar tussenstation. Geen probleem, want er is weinig dat meer voldoening geeft. Met deze stap voelde ik ook dat het schaatsen steeds beter ging. Met het sturen van de schaats komen ook de timing van de afzet en het ritme van de slag aan de orde, complexe elementen die sterk samenhangen met snelheid, het ijs en vermoeidheid; allemaal permanent veranderende grootheden.

Een belangrijke (op-)stap was ook het ingaan van de bocht, voor mij het liefst met een stevige afzet vanaf rechts. Als ik zo goed de bocht inkom en klein blijf, dan loopt de rest van bocht veelal vanzelf. Inmiddels leer ik om druk in bocht te genereren, opdat ik daar kan versnellen, althans in ieder geval geen snelheid meer verlies.

Denken en voelen

Mijn ervaring is dat meer snelheid komt met verbetering van techniek en in mindere mate door
krachtiger te schaatsen. Wel is het zo dat er kracht nodig is om technisch goed te schaatsen. Lastig in
het leerproces is de balans tussen bedenken wat ik moet doen enerzijds en voelen wat er gebeurt
anderzijds. Denk ik teveel, dan werkt dat belemmerend. Mede dankzij goede instructie heb ik ‘vanuit druk’ leren schaatsen. Mijn rondetijden werden allengs sneller en de binnenbocht kwam binnen bereik. Inmiddels doe ik mee aan wedstrijden waar ik tot vorig jaar slechts van kon dromen: de Waterman cup, de zogenoemde vier keer anderhalf (een estafettevan anderhalf uur in een team van vier personen) en het clubkampioenschap.

Bovenal overheerst de voldoening van het schaatsen, het leerproces en de gestage verbetering.

Paul Loeb

Je kan reageren op dit bericht.

Reageer