De ijsmeester

9 december 2013 Door: Chris van Saaze

Een strandtent aan het ijs, kunstgras op de grond, tapijt tot aan de bar, steigerhouten bankjes om je schaatsen aan te doen en een heus tassen- en schoenenrek. Jaap Eden werd er 120 jaar geleden wereldkampioen en nu gaan wij er met onze kinderen schaatsen hebben de buurman en ik bedacht, het Museumplein. “Bijna vier” en “viereneenhalf” is misschien nog wat te jong, maar sneeuwschuiven en onder de Magere Brug door krabbelen zijn prima bezigheden. We zijn niet de enigen. Nederlands wordt er gesproken door de Duosportgroepjes die les hebben en voor de rest is er geen duidelijke voertaal.

 

Het ijs wordt verzorgd door 2 ijsmeesters waarbij er 1 op de Olympia-Trekker zit en de andere kijkt of het gewenste effect wordt behaald en de mensen die aan het schaatsen zijn in de gaten houdt. Iedereen schaatst door, dat mag van Gerben, maar als er even ruimte gemaakt moet worden voor een draai, begeleid hij de mensen even aan de kant. Een Italiaan van 2 meter leert hij en passent nog even hoe hij zich het beste uit de voeten kan maken. Hij praat met een familie die aan de kant staat, loopt weg en komt terug met een stoel voor de jongste. Het wordt wat drukker. Twee vaardige kereltjes met sticks en een puck geven een showtje. Gerben zet wat pylonen naast de Magere Brug, hij tikt de twee mannen op de schouder en wijst aan waar ze moeten zijn. De pylonen van Gerben vormen een afgezet hockeybaantje met 4 pylonen als doeltjes.

Op mijn schaatsen loop ik over het kunstgras naar de bar voor 4 chocomel mét die we met onze schaatsen aan naast de kachel opdrinken. Het is niet vertederend of lief. Het is hoe het hoort. Het ijs moet goed zijn, het moet er mooi uitzien, je moet er met je eigen schaatsen kunnen schaatsen en de mensen moeten het naar hun zin hebben. IJsmeester Gerben past perfect in dat plaatje.

Je kan op dit moment niet reageren.