Analyseren van (je) schaatsers, schaatsweek 5

30 oktober 2013 Door: Mark Hakkeling

In het woordenboek staat analyseren als volgt omschreven:

analyseren
[regelmatig werkwoord]• de onderdelen ervan bekijken en beoordelen

Als schaatsinstructeur ben je hier vaak mee bezig==> Hoe schaatsen je cursisten en hoe kunnen ze beter worden.

In de omschrijving uit het woordenboek staat ook; de onderdelen ervan bekijken. Als instructeur kijken we naar alle afzonderlijke onderdelen van een schaatsslag en “beoordelen” we deze onderdelen. Op zich kan iedereen dit goed leren. Veel (samen) kijken naar schaatsers en praten over wat je ziet. Onze kracht moet echter liggen in de vertaalslag; kijken naar de onderdelen ===> vertaling naar een opdracht die de gehele schaatsslag verbetert.

Daarom wordt in het handboek de schaatsbeweging opgesplitst om vervolgens naar de cursisten toe zo veel mogelijk één (schaats) geheel aan te bieden. Schaatsen is een totaal beweging/gevoel en niet een stapeling van onderdelen.

In het begin van het seizoen zullen we altijd beginnen met het geheel; ritme, timing. Als er een stabiele schaatsbeweging is kun je specifieke onderdelen benoemen en als thema behandelen(oefenen, verbeteren) in het eerste deel van je les/training. Het tweede deel van de les/training is dan altijd gericht op het inpassen in de totaal beweging en die totaalbeweging laten oefenen met verschillende vormen.

Als toppers met deelbewegingen een wedstrijd gaan rijden stokt de machine eigenlijk altijd.

Deze mannen hebben duidelijk niet gewonnen. Waren met andere dingen bezig dan vrijuit de totaalbeweging uitvoeren.

 

Blog gevorderde groepen 2012-2013

Vorige week heb ik iets verteld over hoe ik feedback geef aan mijn cursisten/schaatsers. Deze week wil ik iets zeggen over   “waarom” ik iets zeg en “wat” ik dan zeg.

1. Waarom:

Als je iets wilt leren, moet je er zelf mee aan de slag. Proberen het zo goed mogelijk te doen. Je bewandelt dan een pad naar een betere techniek.  Om op dit pad te blijven heb je iemand nodig die je op dit pad houdt, feedback geeft. Voor ons betekent dit, dat je, na het geven van je opdracht,  kijkt of de uitvoering van deze opdracht hoort bij het bewandelen van het pad. Hier geef je dan feedback op.

In de blog van Christian over talent, kun je lezen dat het na een aantal oefensessies essentieel is om feedback te krijgen. Zie: http://www.duosport.nl/2012/10/heb-ik-talent/

Het gaat dus om het bewaken van het te bewandelen pad naar een betere techniek. Voor mij betekent dit dat ik heel goed moet kijken naar mijn cursisten. Ik moet dan wat ik zie, vergelijken met wat ik moet zien als deze schaatser het pad bewandelt dat ik met hem of haar voor ogen heb. Dit pad is voor de groep deels hetzelfde, maar natuurlijk gedifferentieerd naar elke schaatser. In de feedback kan ik dan de groepsopdracht specifiek toepassen voor de individuele schaatsers.

Als instructeur concentreer je je eerst op “hoe de opdracht uitgevoerd wordt” en geef je daar feedback op. Als je je cursisten beter leert kennen kun je meer voorbij je opdrachten kijken en het pad voor iedere cursist apart bewaken.

2. Wat:
Nu wordt het pas echt leuk. Een schaatsgroep bestaat uit verschillende individuen die allemaal iets anders omgaan met een opdracht. Daarnaast heeft iedereen een net iets andere manier van leren en voelen van wat het lichaam precies doet.
Heel veel verschillende mogelijkheden dus.

Gemakkelijk is het voor ons om feedback te geven aan een schaatser waarvan wij zien dat hij of zij het goede pad bewandelt. Bevestigende feedback/kritiek geven; goed, prima je doet de goede dingen en hoe voelt dit.

Als het beeld niet helemaal klopt, dan moet je erachter komen hoe je het bij die schaatsers voor elkaar krijgt om ze te laten zien en voelen wat er anders moet. Ik heb het hier over voelen, omdat wij van afstand kunnen zien wat er gebeurt maar de schaatsers het moeten doen met hun gevoel.

Daarom, in je feedback eerst, vragen wat een cursist denkt dat hij of zij doet/voelt. Daarmee kun jij dan proberen een betere techniekuitvoering voor elkaar te krijgen en iemand weer een volgende stap te laten zetten naar beter schaatsen.

Omdat iedereen zo verschillend is moet je uit verschillende vaatjes tappen.

Probeer maar eens uit en gebruik je creativiteit. Veel succes.

Week 5 gevorderde groepen:

techniek:
Vorige week zijn we bezig geweest om druk te leveren in de bocht door niet de schaats weg te laten lopen maar het lichaam de bocht in te drukken door de schaats mee te laten sturen. Deze foto laat het extreem zien.

 

Dit is soms een wat technisch verhaal. Om het te laten voelen, is het goed om snellere bochten te rijden waarbij je extra lang op rechts moet blijven staan. Je wordt dan gedwongen klein te blijven en je lichaam aan de binnenkant te houden zodat de schaats mee gaat sturen door de bocht.

Inrijden:
2 maal 3 ronden met 200 meter rust ertussen.

Blok 1
2 maal 2 ronden met steeds 1,5 ronden rust.
Elke bocht rijden met langer op rechts blijven staan.
(feedback geven op echt lang op rechts staan en er klein bij blijven met goed gebogen rechter knie)

Blok 2 
3 maal 2 rondes met steeds 1,5 ronde rust ertussen.
1e twee ronden als blok 1. De volgende twee maal even lang op rechts als op links staan in de bocht en goed het lichaam in de bocht drukken.(zie foto hierboven)
(feedback op; echt meesturen in de bocht met rechts)

Blok 3 
2 maal 6 rondes in groepjes van max. 4 en elke ronde wisselen van kop.
In de bochten druk op rechts en links houden. Krijg je een vermoeid linker been ==> meer druk op rechts en vice versa. (in de rustronde hiernaar vragen en feedback over geven)

Uitrijden:
Groep in tweeën verdelen en elke bocht wisselen van kop tot we van de baan moeten

Je kan op dit moment niet reageren.